5
123456789

SLEPEN MET SPULLEN
Een gesprek met Marjolijn Kok
Duur: 49:24

Marjolijn Kok is theoretisch archeoloog en werkt als onderzoeker bij het AAC/projectenbureau van de Universiteit van Amsterdam. Verder is ze redacteur en medeoprichter van het tijdschrift p.i.t.*. Sinds kort startte ze samen met artist rower technician Line Kramer en kunstenaar / ontwerper Nienke Terpsma uitgeverij Lima, dat zich richt op de grensgebieden tussen kunst en theorie.

 

Line Kramer, horizon met containers, 2009

Op onze vraag of het interessant zou zijn samen naar het depot in de Maasvlakte te gaan waar het havenbedrijf z'n mammoetresten bewaart, antwoordt dr. M.S.M Kok: “Spannende plannen, op zich ben ik voor van alles in, maar dan als avonturier want ik ben theoretisch archeoloog (menswetenschap) geen paleontoloog (dierwetenschap). Niet alles wat oud is is interessant en niet alles wat jong is is oninteressant. Spannende plannen zijn echter meestal interessant.
Nou ja, ik kom gewoon met mijn zak scherven en we zien wel.”

Het gesprek dat u hier kunt beluisteren vond op 4 september plaats in Station Maasvlakte. Binnen, aan tafel, want het stormde die dag te hard om buiten te lopen. Mooie omstandigheden om dingen te vinden, zegt Marjolijn, want de wind neemt het zand mee maar niet de objecten. En het binnen zitten had meer voordelen, want waar in de wandelingen het landschap steeds voor nieuwe impulsen in het gesprek zorgde, leveren hier de scherven op tafel materiaal genoeg: zakken vol met vondsten van het slufterstrand, die Marjolijn had meegebracht. Het grootste deel ervan bestaat uit Romeinse sier-aardewerk. Het werd hier in de omgeving gebruikt, en archeologen noemen het import aardewerk. Er zitten ook stukken van aardewerken amforen tussen waarin wijn en olie werd vervoerd. Want hoewel het slepen met spullen nog nooit zo grootscheeps en grootschaals geweest is als nu, is het ook absoluut niet nieuw in de geschiedenis: Dat konden ze heel erg goed, slepen met spullen. In de prehistorie, moet je je voorstellen, leefden hier nog geen 10.000 mensen, maar die konden al wel heel erg goed slepen met spullen. In de klokbekercultuur was een nieuw type boerderij of een bepaald soort aardewerk in no time over heel noord-west europa verspreid. Dat waren geen lokale fenomenen. Er vond op enorme schaal uitwisseling plaats van spullen en ideeen.

Wat we niet hadden bedacht van tevoren, was dat onze nederzetting wel wat lijkt op een archeologisch onderzoekskampement. Een keet, een dixie, en alles vol zand. Marjolijn typeert ons kampement als volgt:
Je zou meteen denken; deze mensen hebben dat uitzicht nodig, ze willen weten wie er aankomt over zee. Je ziet dat jullie hier niet zijn gaan zitten voor permanente akkerbouw, want je staat op stuifzand. Er is geen beschutting en er zijn bijna geen voorzieningen; wat planten, maar niet genoeg om van te leven. Er is ook geen bronwater, we hebben geen put gevonden. Archeologen zouden concluderen: blijkbaar kwamen hier mensen voor hele korte tijden, namen al hun eten en drinken mee, en gingen hier zitten kijken. Het lijkt me een uitkijkpost.

* Oude nummers van p.i.t. zijn via de website van uitgeverij Lima te downloaden